Hoogleraar: minister neemt twijfels over rechtmatigheid bezuinigingen niet weg
De adviezen die minister Eppo Bruins dinsdagavond naar de Eerste Kamer stuurde, leveren geen onderbouwing van de rechtmatigheid van de bezuinigingen op het hoger onderwijs. Dat zegt hoogleraar bestuursrecht Raymond Schlössels in een interview met het Onderwijsblad. "Ik zie nog altijd juridische mogelijkheden.”

Hoogleraar bestuursrecht Raymond Schlössels
Op de valreep stuurde minister Eppo Bruins dinsdagavond een pakketje documenten naar de Eerste Kamer. Verschillende partijen hadden tijdens de behandeling van de OCW-begroting gevraagd om de juridische adviezen waarop de minister zijn claim baseert dat de bezuinigingen in het hoger onderwijs en het opzeggen van het bestuursakkoord uit 2022 rechtmatig zouden zijn. Veel fracties in de senaat plaatsen daar vraagtekens bij. Ook de christelijke partijen die onderdeel zijn van het zogenoemde ‘monsterverbond’, dat in de Tweede Kamer een deal sloot om de begroting door de senaat te loodsen. Onverwacht wordt het debat volgende week verlengd met een extra termijn over deze rechtmatigheid.
“Naar mijn idee laat deze informatie weinig nieuw licht over de materie schijnen”, zegt hoogleraar bestuursrecht Raymond Schlössels, verbonden aan de Universiteit Maastricht in een interview met het Onderwijsblad. Hij is een bekend gezicht in de Eerste Kamer. In februari vertelde hij tijdens een expertmeeting dat er aanknopingspunten zijn om de bezuinigingen juridisch aan te vechten. Die conclusie trekt hij nog steeds, ook na het bekijken van de ‘onderbouwing’ die minister Bruins nu heeft vrijgegeven. Volgens die - deels witgelakte - ambtelijke adviezen is het doorslaggevend of instellingen door het bestuursakkoord langjarige verplichtingen zijn aangegaan.
Concreet
Schlössels: “Ik heb vanochtend nog eens opnieuw naar de akkoorden gekeken. Wat betreft de starters- en stimuleringsbeurzen zijn ze heel concreet. Ze noemen hele concrete bedragen in een meerjarenperspectief met een verdeelsleutel naar rato per universiteit op basis van studentenaantallen. Juridisch gezien kan je dat echt geen intentieafspraak noemen, dat is een hele concrete afspraak over financiering. Als je dat eenzijdig opzegt, dan staat het op gespannen voet - zacht uitgedrukt - met het vertrouwensbeginsel. Als er echt heel zwaarwegende belangen zijn die zouden rechtvaardigen dat je zo’n bezuiniging moet doorvoeren, dan moet je wel voorzien in een adequate compensatie of een overgangsregeling.”

Senatoren kregen dinsdagavond op de valreep de 'juridische adviezen' van minister Bruins in handen
Minister Bruins verwijst naar een overgangstermijn van drie maanden voor de ingrepen op de starters- en stimuleringsbeurzen, de bezuiniging die direct al dit jaar ingaat. Hij heeft jurisprudentie opgestuurd die dat zou onderbouwen.
Schlössels: “Ik zag inderdaad een lijst met gerechtelijke uitspraken over zogenoemde redelijke termijnen, van twee of drie maanden. Maar dat zijn uitspraken die vooral toezien op het beëindigen van subsidies in tamelijk andere situaties. Ik vraag me af of de bewindspersoon zich wel realiseert dat we hier te maken hebben met universiteiten die langlopende onderzoekslijnen opzetten. Dat is echt wel iets anders dan het afbouwen van een subsidie aan een plaatselijke voetbalvereniging. Met alle respect voor die vereniging, maar dat is een heel andere problematiek. Dat mis ik totaal in de analyse.”
Dit is echt wel iets anders dan het afbouwen van een subsidie aan een plaatselijke voetbalvereniging
“Overgangstermijnen zijn altijd maatwerk en sterk afhankelijk van de omstandigheden. Als je het redelijkerwijs wilt onderbouwen, zul je een vergelijkbare situatie moeten aandragen. Maar ik ken eerlijk gezegd geen vergelijkbare situatie waarin het hoger onderwijs zo plotseling gekort wordt in het kader van afspraken die voor een langere termijn zijn gemaakt. Het heeft eigenlijk geen precedent.”
De minister betoogt dat met betrekking tot de startersbeurzen universiteiten ‘in beginsel geen juridische verplichtingen zijn aangegaan voor de bijdragen waar nu op bezuinigd wordt’.
Schlössels: “Wat hij in het hele plaatje vergeet is dat universitair docenten een functie hebben binnen een universiteit. Die plannen in meerjarenperspectief en nu moet dat allemaal weer worden teruggeboekt. Daardoor ontstaat er wel degelijk schade binnen zo’n organisatie. Dat je personeelsplaatje en de verwachtingen die daarmee samenhangen ernstig worden verstoord is gewoon een feit. Je kunt wel simpel zeggen ‘het is alleen voor de toekomst dat die beurzen niet meer vrijkomen’, maar dat vind ik een vrij eenvoudige analyse die de ware problematiek niet goed onderkent.”
Minister Bruins verwijst ook naar 78 miljoen die jaarlijks beschikbaar is voor werkdrukverlaging en waarmee instellingen volgens hem nu ook de bezuinigingen zouden kunnen verzachten.
Schlössels: “Als ik zie dat er structureel 156 miljoen beschikbaar was voor startersbeurzen en 144 miljoen voor stimuleringsbeurzen, dan is dit een doekje voor het bloeden. Het blijft een plotselinge en drastische bezuiniging die in strijd is met de afspraken die gemaakt zijn.”
Valt dat met het oog op de rechtmatigheid dan nog steeds juridisch problematisch te noemen?
Schlössels: “Ja, naar mijn idee wel. Ik zeg daar direct bij: juridisch is niets zwart-wit. Maar het is bepaald geen uitgemaakte zaak dat dit volstrekt rechtmatig is, zoals nu kennelijk door de bewindspersoon wordt gesuggereerd. Er zijn belangrijke aanknopingspunten waarom dit wel eens onrechtmatig zou kunnen zijn. Ik zie nog altijd juridische mogelijkheden.”
Het blijft een plotselinge en drastische bezuiniging die in strijd is met de afspraken die gemaakt zijn
Minister Bruins baseert zich op adviezen van eigen ambtenaren, zonder externe adviezen te hebben gevraagd. Hoe kijkt u naar het advies in deze documenten?
Schlössels: “Je hoeft niet per se een externe jurist of de Landsadvocaat in te schakelen. Dit departement heeft genoeg juristen in dienst. Als zij zelf vinden dat ze voldoende hebben geadviseerd, dan is dat hun beoordeling. Ik vind het zelf wat mager, gelet op de problematiek. Er wordt niet echt verweer gevoerd of ingegaan op de problematiek van het vertrouwensbeginsel. Er wordt ook vrij kort door de bocht volgehouden dat die bestuursakkoorden hoofdzakelijk intentieafspraken zouden zijn.”
Het is goed dat de Eerste Kamer heel goed kijkt naar de juridische kwaliteit van deze begrotingsvoorstellen
De adviezen in de documenten die de minister heeft opgestuurd zijn vrij summier, er is geen uitgebreider schriftelijk advies te vinden.
Schlössels: “Nee, ik heb dat ook niet gezien, ik zou er heel benieuwd naar zijn. Het is heel goed dat de Eerste Kamer werk maakt van haar functie en dat ze heel goed kijkt naar de juridische kwaliteit van deze begrotingsvoorstellen. De politieke afweging over de bezuinigingen is primair aan de Tweede Kamer. De Eerste Kamer heeft met name tot taak te kijken naar constitutionele aspecten en de rechtmatigheid. Ik denk dat de Eerste Kamer heel goed doorheeft wat de status van die bestuursakkoorden is en dat daar hele concrete afspraken in staan. Van de zijde van de bewindspersoon blijft het allemaal wat beperkt. Het beeld dat bij mij wordt gewekt: vanaf het begin wilde men gewoon een bezuiniging, maar men heeft onvoldoende analyse verricht naar de juridische consequenties.
In uw ogen nemen deze documenten de twijfels over de rechtmatigheid van de bezuinigingen niet weg?
Schlössels: “Ik ben uiteraard geen Eerste-Kamerlid. Het is aan de fracties om te bepalen of zij zich voldoende geïnformeerd voelen. Als buitenstaander zeg ik: als ik dit antwoord zou krijgen op de vragen die ik gesteld heb, dan vind ik dat maar heel beperkt.”