Alle

Combinatieklas is hard werken

Combinatiegroepen zetten de onderwijskwaliteit onder druk. Hoe haal je dan toch voordeel uit een samengestelde groep?

Tekst Mandy Pijl - Het Onderwijsblad - - 6 Minuten om te lezen

combinatieklas-website

Beeld: Typetank

Voor veel leerkrachten is het draaien van een combinatiegroep een kwestie van alle ballen in de lucht houden en vervolgens na schooltijd met een onbevredigd gevoel achterblijven. Met dikwijls burn-outklachten tot gevolg. Dat meent Anne van Bijnen van BCO Onderwijsadvies, zelf eerder werkzaam als leerkracht in verschillende combinatiegroepen.

“In een combinatiegroep gaat alles volgens een strak rooster. Leerkrachten zoeken naar manieren om de instructietijd zo goed mogelijk te benutten, terwijl ze maar twee handen hebben. En dan willen ze ook leerlingen een aai over hun bol kunnen geven als ze zien dat die dat nodig hebben. Maar eigenlijk hebben ze geen tijd voor een kind dat een keer echt iets wil vertellen. Ook niet voor een incident in de pauze of een beker melk die omgaat. In een combinatiegroep werkt de leerkracht erg onder druk.”

Behalve de leerkrachten staat volgens onderzoekers ook de onderwijskwaliteit in gecombineerde groepen onder druk

Dat een combinatiegroep een stevig beroep doet op leerkrachten, bevestigt onderzoek dat de inspectie van het Onderwijs eerder dit jaar naar buiten bracht. Volgens De staat van het onderwijs 2018 doet lesgeven in combinatiegroepen een bovengemiddeld beroep op de didactische vaardigheden. Daarbij gaat het vooral om de organisatie en afstemming van het onderwijs.
Behalve de leerkrachten staat volgens de onderzoekers daarmee ook de onderwijskwaliteit in gecombineerde groepen onder druk. Volgens de inspectie is de kwaliteit van de uitleg, de taakgerichte werksfeer en de betrokkenheid van de leerlingen in combinatiegroepen significant minder vaak voldoende dan in enkelvoudige groepen.

Bovendien worden de afstemming van de instructie en de verwerkingsstof vaker als onvoldoende beoordeeld. Leerkrachten van combinatiegroepen moeten in dezelfde hoeveelheid onderwijstijd hun onderwijs afstemmen op grotere verschillen tussen leerlingen dan collega’s in een enkelvoudige groep. ‘Blijkbaar weet een deel van de leraren de lessen nog niet zodanig te organiseren dat, binnen de beschikbare onderwijstijd, de afstemming van de instructie en verwerking de te verwachten kwaliteit heeft’, schrijven de onderzoekers.

Hun bevindingen sluiten aan bij die van onderwijskundige Marijke Kral. Kral, inmiddels lector aan de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen, concludeerde al in haar proefschrift uit 1997 dat het werken in een combinatieklas in de meeste gevallen een kwestie is van het afwisselen tussen de ene jaargroep en de andere.

“Leerkrachten doen hun uiterste best in dat model elke groep even goed te bedienen”, vertelt Kral. “Wat betreft de leerprestaties van kinderen slagen ze daarin.” Haar onderzoek laat geen systematische verschillen zien tussen combinatieklassen of enkelvoudige klassen in leerwinst op het gebied van lezen, taal en rekenen. Leraren kunnen hun aandacht wonderwel verdelen. Maar dat is wel belastend. En met de verschillen binnen groepen wordt weinig gedaan. Differentiatie over jaargroepen heen of via samenwerkend leren door de jaargroepen heen, gebeurt niet veel.

Driegroepenmodel

In al die jaren sinds Krals promotieonderzoek lijkt er weinig veranderd. “Interessant in het onderzoek door de inspectie vind ik de constatering dat differentiëren moeilijk blijft.” De onderzoekers stellen dat het driegroepenmodel niet voldoet. Dat model gaat uit van een basis-, minimum- en een extra groep. “Voor combinatieklassen betekent het driegroepenmodel dat als de jaargroepen apart worden gehouden bij instructie en verwerking, er in combinatiegroepen twee keer aan drie groepen en misschien wel drie keer aan drie groepen instructie moet worden gegeven.”

Het jaarklassensysteem zet denkbeeldige muurtjes tussen jaargroepen. Met combinatiegroepen kun je die barrières wegnemen door in leerlijnen te denken.

Volgens Kral raakt dat aan een cruciaal vraagstuk dat veel scholen bezighoudt. “Het gaat om de vraag: hoe kunnen we beter recht doen aan verschillen in talenten en ontwikkelingsbehoeften tussen leerlingen, welke groeperingsvormen passen daarbij en hoe kunnen we dit organiseren?”
In combinatiegroepen hoeft dat geen grotere uitdaging te zijn, meent Van Bijnen van BCO Onderwijsadvies. Sterker nog, daar liggen wat haar betreft juist kansen. “Het jaarklassensysteem zet denkbeeldige muurtjes tussen jaargroepen. Kinderen die langzamer of sneller gaan, lopen keihard tegen die muurtjes op. Met combinatiegroepen kun je die barrières wegnemen door in leerlijnen te denken. Door bijvoorbeeld te kijken welke kinderen je kunt samenbrengen op basis van onderwijsbehoeften.”

Samen met onderwijsadviesorganisatie Cedin ontwikkelden Van Bijnen en haar collega’s ‘Kansrijke combinatiegroepen’, een professionaliseringstraject voor scholen die in combinatiegroepen meer rust en tijd willen creëren voor leerkrachten en een betere aansluiting bij de ontwikkeling en onderwijsbehoeften van kinderen. Inmiddels heeft haar organisatie zo’n zeventig scholen bij dat proces begeleid.

Pijlers zijn een vermindering van het aantal instructies, een verbetering van de kwaliteit van de instructie en sociaal en interactief leren. “Kinderen kunnen veel van elkaar leren”, zegt Van Bijnen. “Daar kun je gebruik van maken. Bijvoorbeeld door leerlingen vast vooruit te laten kijken naar de taak die ze zelfstandig verwerken en ze er een kruis voor te laten zetten als ze het niet begrijpen. Als leerkracht kun je kinderen die een taak wel begrijpen vervolgens verbinden aan leerlingen die hulp nodig hebben. Dat is het voertuig: verbinding.”

Jenaplan

Op jenaplanscholen, waar kinderen van drie jaargroepen samen in een zogeheten stamgroep zitten, is het verbinden van kinderen gemeengoed. “Niet de leerkracht, zoals op reguliere scholen, maar het kind staat centraal”, legt voormalig jenaplanleerkracht Hubert Winters uit.

Op reguliere scholen is dat anders, meent hij, en daarom hekelt hij combinatiegroepen. “Door vast te houden aan jaargroepen, ga je ervan uit dat kinderen van dezelfde leeftijd hetzelfde kunnen leren. Het gemiddelde kind zal zich daarmee redden. Maar als je elke jaargroep apart bedient, dan zitten veel kinderen te wachten tot jij als leerkracht klaar bent met de andere groepen”, vertelt Winters, eigenaar van adviesbureau Jas.

Het gaat om de vraag wat jij moet doen om een kind te helpen om te leren in plaats van wat het kind moet doen om jou te kunnen volgen

Verveling komt veel voor, zo heeft hij tijdens schoolbezoeken gezien. “In de stamgroep gaat het om de vraag wat jij moet doen om een kind te helpen om te leren in plaats van wat het kind moet doen om jou te kunnen volgen. Van elk vak heb je wel meesters in je groep, leerlingen die een bepaald onderdeel van de stof beheersen. Als leerkracht maak je die expertise bruikbaar voor de groep.” Daarmee is zowel de leerkracht als het kind geholpen. “Een kind kan de denkpatronen van andere kinderen gemakkelijker volgen dan een volwassene, waardoor hij vaak sneller en beter uitlegt dan de leerkracht.”

Een model waarin jaargroepen worden losgelaten en leerlijnen en onderwijsbehoeften leidend zijn, vergemakkelijkt bovendien passend onderwijs, denkt Van Bijnen. “In dat model kom je veel meer tegemoet aan de specifieke onderwijsbehoefte van kinderen. Er worden weloverwogen keuzes gemaakt voor kwalitatief goede instructies. Kansrijk zijn de instructies door de jaargroepen heen waarbij kinderen op de leerlijn geclusterd worden. Daardoor zitten ze voor de verschillende vakgebieden in wisselende groepen.”

Het invoeren van een dergelijke manier van werken, vergt tijd. “Het is geen sinecure. Daar ben ik heel realistisch in. Maar als je vraagt wat er moet gebeuren om de kwaliteit van het onderwijs in combinatiegroepen en enkelvoudige groepen op te krikken, dan is dit een antwoord.”

In het Onderwijsblad van oktober 2018 lees je meer over de resultaten en bevindingen van combinatieklassen en hoe zij het doen.