11-05-2012
Geef hbo-docent de ruimte
Veruit de meeste docenten die actief zijn in het hbo, weigeren mee te doen aan het uitdelen van genadezesjes. Wel vinden ze dat de kwaliteit onder druk staat door de toenemende rendementseisen, zo blijkt uit een enquête die door de NOS en de AOb werd uitgevoerd onder de hbo-leden van de Algemene Onderwijsbond.
'Ministerie en instellingen kunnen afspraken blijven maken over het rendement van instellingen, maar als dat betekent dat de kwaliteit van het onderwijs verder onder druk komt te staan en docenten dus met minder plezier naar hun werk gaan, spannen ze het paard achter de wagen,' stelt AOb-bestuurslid Ben Hoogenboom. 'Wil je het onderwijs op niveau houden, dan moeten instellingen kunnen vertrouwen op het niveau van hun docenten. Die moeten dat niveau dan wel kunnen bijhouden.'
Hoogenboom vindt het bemoedigend dat de verhalen over onterechte voldoendes eerder uitzondering zijn dan regel. 'Naar aanleiding van een paar incidenten besloten we samen met de NOS een onderzoek te doen onder onze hbo-leden. Meer dan 500 mensen werkten mee aan die enquête. Slechts een op de negen collega's heeft wel een voldoende gegeven aan een student die het niet verdiende. Vier procent van de ondervraagden deed dat onder druk van een leidinggevende. Zonder weg te willen lopen van die cijfers: bijna negentig procent doet er niet aan mee. De genadezes is een rariteit en moet dat ook blijven.'
Want de hogescholen bevinden zich wel op een hellend vlak, vindt Hoogenboom. 'Middelen zijn schaars en er wordt steeds meer afgerekend op basis van prestatieafspraken, zoals OCW ze is overeengekomen met bestuurders. Maar als het hbo sneller en beter moet presteren, dan moet een docent natuurlijk wel de ruimte krijgen er iets van te maken met zijn studenten. Voorlopig blijkt uit dat onderzoek dat er nu al bijzonder weinig tijd is voor begeleiding en beoordeling. Daarnaast heeft een docent volgens de cao maar anderhalf uur per week om zijn vakkennis bij te houden. Een instelling die betere resultaten wil, moet docenten de ruimte geven.'
Bovendien pleit Hoogenboom er voor dat de mensen die over het geld gaan op afstand worden gezet van de studentenbeoordeling. 'Dat moet ook in de toekomst geen rol gaan spelen. Daarom lijkt het mij niet meer dan logisch dat de examencommissies het exclusieve terrein worden van de docententeams. Dat zijn de mensen die een oordeel kunnen vellen over hun studenten en collega's. Als docenten het vertrouwen krijgen dat ze nodig hebben om hun werk goed te doen, dan zal dat leiden tot tevredenheid in de bestuurskamer: dan gaat met de kwaliteit ook het rendement omhoog.'